De verstrooide professor

Secretaresse van een professor

Geconcentreerd zocht hij in een stapel papieren. Ik zat tegenover hem aan zijn bureau en wachtte rustig af. Ik vroeg me af of hij nu alweer de nacht op kantoor had doorgebracht. Dat zou bepaald niet de eerste keer zijn. Zijn haar in de slaapstand. Stropdas scheef. Overhemd bovenmatig in de kreukels. Een muffe lucht in zijn kantoor. 

“AH! Gevonden!”. Ik schrok op uit mijn overpeinzingen en keek naar het papier dat triomfantelijk heen en weer werd gewapperd. Het was een handgeschreven brief die gisteren al verstuurd had moeten worden. Vergeten. Of ik die brief met spoed wilde uittypen want over twintig minuten moest hij naar een vergadering.

Een handschrift als een temperatuurcurve

Met toenemende paniek keek ik naar zijn handschrift en het kunstwerk dat hij van de brief had gemaakt. Hij had meer tekst dan er op een A4-tje paste. En had dat opgelost door links en rechts stroken papier aan het A4-tje te nieten en daarop verder te schrijven. Die stroken waren genummerd. Niet per se in een logische volgorde. “Je redt je er wel mee he?” en weg was ‘ie. Nou was ik heel wat gewend qua handschriften ontcijferen maar het zijne leek zo sterk op een temperatuurcurve dat het met recht een enorme uitdaging kon worden genoemd hier een begrijpelijk stuk tekst van te maken. 

Steno bleek de uitkomst

Het resultaat van mijn poging de brief uit te typen leidde tot een soort woordspel. Er stonden heel veel puntjes in de tekst, alsof je moest raden wat daar opgeschreven moest worden. Nou ja, feitelijk was dat ook zo. Dus met lood in de schoenen weer terug om de brief door te nemen. Dit kostte ons beiden toch wel erg veel tijd maar daar kwam snel verandering in toen hem ter ore kwam dat ik steno kon. Hij zag het als een geweldige uitkomst en zo zat ik voortaan aan zijn bureau om in steno zijn brieven en memo’s op te nemen.

Ook dat was een uitdaging, aangezien zijn gedachten veel sneller gingen dan hij woorden kon vormen en onbegrijpelijke zinnen produceerde. “Waar zijn we. Wil je het begin van de zin nog even teruglezen?” Om daarna handenwapperend te roepen “o, nee, dat moet helemaal anders” en weer opnieuw te beginnen. Wel waren de brieven uiteindelijk sneller verwerkt en konden ze op tijd worden aangeleverd bij de postkamer.

De eerste computer, nog maar dertig jaar geleden

Aan deze verstrooide professor moest ik ineens denken. Ik heb een tijd voor hem gewerkt. En ook, aan hoe lang geleden dit al lijkt en hoe we toen werkten als secretaresse. Steno? Ik kan het allang niet meer. Computer? Die had zijn intrede nog niet gedaan. Gewoon alles uitwerken op de typemachine, gelukkig wel een elektrische. Dat was al heel modern.

Ik weet nog goed dat de eerste computer werd geïnstalleerd op ons secretariaat waar we met drie secretaresses werkten. We stonden er vertwijfeld naar te kijken, we hadden echt geen idee wat we ermee moesten. En leerden er langzamerhand mee werken, om beurten, want de computer was een kostbare aanschaf en moest gedeeld worden met meerdere werknemers.

En nu kunnen we overal ter wereld werken, zolang we maar een internet verbinding hebben. Afstand tot je opdrachtgever speelt geen rol, wil je overleggen dan gebruik je Zoom of soortgelijk. Je kunt je scherm delen om iets te laten zien en je kunt weer verder met je werk. Maar soms……denk ik met een zekere weemoed terug aan die oude tijd. En aan hoe jammer het is dat zo’n gedrocht van een brief met aangehechte stroken niet bewaard is gebleven. Het zou een mooie lijst waardig zijn. Helemaal omdat de professor in kwestie helaas is overleden.